Anneke Kuyper (1932 - ) is een van de weinige grafische talenten in Nederland, die met grote toewijding aan het vak de oude tradities tot uitdrukking brengt in haar prenten. Reeds tijdens haar opleiding aan de Academie St. Joost te Breda specialiseerde zij zich in de oude techniek van het koper graveren. Later legde zij zich tevens toe op de etskunst en recent verdiepte zij zich in de schilder- en tekentechniek van de oude meesters met een reeks gevoelige schilderijen en pastels als resultaat.

Zij ervaart de zoektocht door de verschillende ambachtelijke, soms eeuwen lang verdwenen technieken en het streven naar de perfectie daar in, als een alchemistisch gegeven. Het lezen van de oude boeken, de eindeloze herhaling van de proeven laten een liefde voor het avontuur van het experiment zien.

Het grafisch oeuvre van Anneke Kuyper omvat naast etsen en gravures op groter formaat talrijke gegraveerde miniaturen die onder grafiekliefhebbers een grote schare van bewonderaars kennen. In de wereld van de exlibris is haar naam een begrip.

Haar werk bevindt zich onder meer in de collecties van het Rijksprentenkabinet en Museum Het Rembrandthuis.
Griekse vissersvrouw
1975
Vernis-mou en lijnets


Eind jaren zeventig waren Lou (Strik) en ik in Praag. Toen we daar rondliepen, was ik helemaal geobsedeerd door die prachtige trottoirs waar iedereen maar gewoon overheen liep, dat waren zulke mooie composities.

's Avonds heb ik er met een polaroid een klein fotootje van gemaakt en daarna ben ik het helemaal gaan reconstrueren.
Trottoirs van Praag 1
1979
Lijnets met kleuropdruk
Ook van deze voorstelling bestaat een eerdere versie in het exlibris.

De "geslaagde" kleine prenten wil ik nog wel eens een keer in een andere techniek uitvoeren, want vaak gaat er, naar verhouding heel veel tijd in het ontwerp zitten. Dan kun je een tweede keer meer aandacht besteden aan andere aspecten, bijvoorbeeld aan nieuwe technieken en experimenten.

In dit geval aan de speurtocht naar oude recepten uit de schilderstraditie.
Poppentheater (1)
1995
Olieverf op doek.
In 1973 ontstond deze prent en had toen een andere vorm, alleen de cirkel, de rest van de plaat was onbetekend.

In 2003 besloot ik hem af te maken, hem te veranderen en meer ruimte te geven.

De gedachte was: de mens als een soort "koekoeks-kind" van deze aarde, zwevend door ruimte en tijd. De cirkel is ook een soort OOG. Gevangen en gedragen in deze toeziende blik, zijn wij ook de kinderen Gods.
Zwarte Zon
2003
Vernis-mou en lijnets.
Camille Claudel, naar een beeldje van Auguste Rodin. Ik zag het beeld op een tentoonstelling in het van Gogh Museum, in Amsterdam, een klein, in roze albast uitgevoerde kop.

Het licht scheen er doorheen en gaf een wonderlijk onaards en transparant karakter. De onuitsprekelijke droefheid er van, raakte mij diep en ik maakte er een aantal tekeningen van.
Camille Claudel
2004
Vernis-mou, lijnets, aquatint en gravure.
Een experiment. Het stilleven, tegen een karmozijn rode achtergrond, ademde kleurrijke warmte en dat effect wilde ik vanaf het eerste begin aanbrengen en behouden.

In mijn boek, staan de verschillende fasen afgebeeld: Eerst een "Grijsschildering", daarna alles ingewreven met 'Purple Lake' en daarna de hele voorstelling bekrachtigd met een wit-hoging en dan afgeschilderd in dunne 'glacis'- kleurlagen.
Masker en Cupido
2004
Olieverf op paneel, n.t.k. in prive collectie.
Als ik een ontwerp mooi vind, wil ik er nog een prent van maken, maar dan moet dan wel duidelijk anders worden. Toen ik de onderste helft afhad, met al die steentjes, wist ik het niet meer, ik kwam er niet uit. Ik legde de plaat in een la.

Ik kwam hem 20 jaar later weer tegen en besloot de prent alsnog af te maken. Ik dacht: die muur moet erachter komen en het verhaal van de stad moet erin.
Trottoirs van Praag 2
2004
Lijnets
Ik wandelde langs de Amstel, zo'n jaar na de dood van Lou, en daar lag een grote, platte schuit, gevuld met: ALLES, troep, vuilniszakken, oude, kapotte fietsen, auto banden, kale kerstbomen, alle mogelijke dingen, waarvan de herkomst niet te achterhalen viel.
En plotseling, was daar opnieuw het witte paard, gevleugeld, die het schip mee nam. Het verdween in de mist. Mijn gedachten: niet duidelijk te definiëren, een oud leven, dat langzaam verdween en alle bagage met zich mee nam... daar stond die vrouw, met een vossendier om de hals geslagen, dezelfde, die op Carnaval uitgebeeld was. En daarachter op de plecht, een mannenfiguur, die het schip "aanstuurde?" dan al die schedels... het paardenskelet.
Lou was boogschutter, de centaur... Ik raad maar wat, de dood is aanwezig.
Maar dat schip is wel duidelijk "op Weg naar..."

De komende jaren destijds waren helemaal aan Lou gewijd, er moest een boek gemaakt worden over zijn totale werk, tentoonstellingen georganiseerd enz. Dat ging niet gemakkelijk, het was OORLOG , elke stap van de weg !!
Pegasus
2004
Dood van Lou:
Een onbeschermde, hulpeloze vrouw, van alle kanten belaagd door boze krachten. Twee zeepaardjes, - de centaur , de paardmens opnieuw, het ene is doormidden gekliefd, het andere is ook beschadigd.
Op de achtergrond een traliehek met scherpe punten; het paradijs, ontoegankelijk geworden.
Een onbewogen, wijze godheid ziet toe... en er klinkt een uitspraak van Lou mij in de oren: "Ja, het is hier niet de ZONDAGSSCHOOL"!!

Dan moet ik toch eventjes lachen.
Zeepaardjes
2004
Vernis-mou, lijnets en gravure
Martine, mijn zusje.
Het kwam zo plotseling in mij op: die oude kopergravure, nog uit 1964, een portret van haar, onaf, maar er zat toch nog een belofte in.
Ik maakte een ontwerp en ging haar opnieuw tekenen, ik nam een witte kanten blouse mee en een zijden shawl. Ter plaatse maakte ik ook nog een hele serie foto's. Zo doe ik dat vaker. Thuis bracht ik het ontwerp over op de oude koperplaat en op precies het ogenblik, dat ik de etsnaald in mijn hand neem - ik sla dan vaak eerst even een kruis om de zegen af te smeken - op dat ogenblik gaat de telefoon.
Het is mijn jongste broer, die mij vraagt "NU naar het ziekenhuis te komen... er is iets met Martine..." Ik legde de hoorn neer en wist op dat moment "dit portret is afscheid" en dat was het ook, een half jaar later.
De blouse en shawl had ik nooit gedragen, alleen enkele jaren eerder op de begrafenis van Lou ...
Martine of Het Witte Masker
2005
Vernis-mou, lijnets en gravure
Het verhaal in deze prent heb ik welbewust opgezet.
De tarotkaarten verbeelden de verschillende facetten van haar leven; haar ziekte en de ongelukkige liefde die zij enige jaren voor haar dood beleefde. Die kaarten worden coulissen waartussen het leven zich afspeelt.
Het is allemaal maar een kaartenhuis, dat elk moment in elkaar kan storten. Het lijkt substantie, maar dat is het niet.

Lou had daar een mooie uitspraak over. Als we het over de andere wereld hadden, zei hij: "maar die is echt, deze wereld is de droom."
Canasta
2006
Vernis-mou, lijnets en gravure
Opnieuw speelt het water een rol. Een "Levensboom".
De naam van mijn grootouders: Oldenboom. De boom hangt vol met, opnieuw skeletten als symbolen, broers, zusje, vrienden ... Ze gingen allemaal ... Toch denk ik dat in die boom ook de doorgaande kracht van het leven wordt uitgebeeld. Die waternymph blaast er vrolijk op los ... de melodie gaat verder.
De Griffioen, nieuwe krachten ontplooien zich, nemen het luchtruim ...
Waternymph
2006
Een stilleven, een popje op een stoel. Het gordijn gaat zelf iets bedenken, het wordt een tropisch woud, de stoelzitting een zompig moeras. En het popje droomt met open ogen.

De techniek: Het was de eerste pastel, waarbij een gevoel voor het materiaal ontstond. Jaren geleden had ik mij ook op dat terrein gewaagd en er een grote frustratie aan overgehouden! Zo gaat dat soms.

Het krijt lag overal, op de grond, in mijn kleren, tot in mijn haren! En wat er op het papier stond, dat deugde niet! En als je wilde vasthouden wat je gemaakt had, door de tekening te fixeren, dan verdween alles wat er nog aardig aan was. De krijtjes braken in je handen. De materie was zo uitermate vluchtig, dat als je hoestte, dan lag je tekening op de grond!!!

Deze keer pakte ik het anders aan en lukte alles veel beter.
Dagdromen (poppetje tegen het gordijn)
2007
Gouache en pastel.
Gaandeweg ontdekte ik de verschillende mogelijkheden die uit het schilderen waren voortgekomen en die zich goed met de pastel lieten combineren. Door eerst een onderschildering op te zetten op donker getint papier, kon ik de voorstelling zonder problemen voortzetten, die weg was mij bekend.

De oude meesters hadden zo hun redenen voor de monochrome onderschildering, het gaf een stevig fundament en dan konden zij daarna rustig het hoofdstuk "kleur" afhandelen. Dat principe paste ik ook bij de pastel toe en dat gaf een verrassend resultaat! Ik voelde mij helemaal in mijn element, op die manier met pastel omgaan gaf mij een grote mate van vrijheid.

Fata Morgana. Een fantasie. De ervaring dat alles vergankelijk is, dat alle materie vergaat, wij zelf dus ook. De vrouw schouwt toe, verzonken in herinneringen. Het vogelskelet? Ik raad maar wat. In alle ontluistering van het verval, huist toch nog een strijdbare, spirituele kracht. Misschien wordt die juist geboren uit de tegenslagen die het leven je toedient; het verlies en verdriet, het voortdurend afscheid.
Fatamorgana
2008
Gouache en pastel.
Lucifer stort omlaag, hij vergaat, de zonden als een steen om zijn nek. Toch lacht hij in zijn stervensuur, hij weet dat hij levensnoodzakelijk is als vertegenwoordiger van het KWAAD, dat hoeft niemand verder uit te leggen! Hij gaat op in vlammen, als een vuurvogel, om uit de as te herrijzen, niet langer Lucifer,...maar, wie zal het zeggen? Getransformeerd.

Hierbij heb ik een techniek voor de ondergrond toegepast, die weer uit het schilderen van Iconen is meegenomen.

Eerst een laag getinte gesso (krijt houdend ondergrond materiaal) in lagen aanbrengen, dan in de natte gesso een fijn gestruktureerd doek er opleggen en er in schilderen.

Bij deze voorstelling werkt de hele ondergrond mee aan de voorstelling en geeft een verfijnde en levendige tint.
Lucifer of Vuurvogel
2008
Gouache en pastel.
Morpho Eugenia, naar Angels and Insects, van S.A .Byatt. Ofwel de Nachtvlinder.

Het verhaal speelt zich begin vorige eeuw af en het gaat over een vlinderjager, die exotische vlinders jaagt in Zuid-Amerika voor Engelse verzamelaars.

Deze jager of onderzoeker raakt verstrikt in een liefdesrelatie, die een duister karakter heeft. De nachtvlinder, symbool van de verborgen, verboden liefde.

Sommige prenten maak je drie keer! Onder deze prent zat oorspronkelijk een ander portret. Maar dat beviel mij niet, ik sleep de kop er uit en gebruikte de plaat voor experiment.

Er bestaat een techniek, waarbij de geetste lijn, die verdiept ligt, gevuld wordt met was. Het oppervlak van de plaat wordt dan schoon-geschuurd en de plaat gaat dan in STERK salpeterzuur. Tenslotte blijven dan alleen de, met was gevulde lijnen, VERHOOGD staan. Zo krijg je dan een "relief-ets".

Hierna tekende ik verder en maakte een nieuw portret.
Morpho Eugenia
2008
Vernis-mou, reli?fets, lijnets en gravure.
Een sprookje van Grimm, een van die verhalen, die als kind, een diepe indruk op mij maakte. Een heel gruwelijk verhaal, met toch een goede afloop. Soms ontleen je zonder het te weten de attributen van een verhaal aan beelden afkomstig uit het collectief onbewuste, archetypen.

Die hoeven niet noodzakelijk uit de eigen cultuur te komen. In dit geval bleek het te gaan over symbolen uit de Tibetaanse cultuur: Het varken, de haan, hier een raaf als doodsymbool, en de slang, beelden het "Samsara" uit; het menselijk lot, de strijd en de gevaren, de gang door de vele wedergeboorten.

Ik koos als titel 'Roverbruidegom', vanwege de sfeer. Het niet-wetende meisje loopt door dat stille bosch, ja zeker, met S C H , een echt bos, waarin je voor altijd verdwalen kunt, waar de vogels niet zingen en het Kwaad bijna tastbaar aanwezig is. Waar zij als offerdier geslacht en verslonden zal worden. Gelukkig loopt het anders...
Roverbruidegom, naar Grimm
2009
Gouache en pastel.
Tussen twee werelden; het gaat over een overleden vriendin; Ook wel, "Afscheid", genoemd, afscheid van deze wereld, op de grens van die andere, onkenbare wereld. Het raamwerk als een vast stramien, een omsluiting, daarbinnen de vrouw, zij is werkelijk, het overige heeft al geen substantie meer, het is alles spiegelbeeld. Zij verlaat deze wereld met een melancholieke terugblik. Ik zocht het opstijgen van de ziel uit te drukken door een vogel, misschien een duif.

Ik ging aan het werk, eerst een potloodtekening, die in de zachte was,(vernis-mou) op de plaat werd afgedrukt. Dat helpt mij om de voorstelling te vinden en geeft een fijne toonwaarde in de prent. Hierna volgt de lijnets, dan wordt de ets concreter, alles krijgt "vaste" vorm.

Dit alles in een aantal fasen, waarbij steeds een druk wordt gemaakt. Dan wordt de was van de plaat genomen, goed schoongemaakt en wordt de prent "afgesneden" met de burijn, het graveren geeft een grote mate van verfijning en verdichting van de toon. Bij de meeste prenten volg ik deze werkwijze. Bovendien ZIE je wat er gebeurt! Dat geeft een grote mate van innige betrokkenheid.
Gaandeweg ontstond de prent en Kijk!, plotseling was daar toch de vogel, hij verscheen als vanzelf in de hoed en het was een AREND! Zoals ook zij zelf een arend was.
Tussen Twee Werelden
2010
Vernis-mou, lijnets en gravure.
Een stilleven: een etalagepop, voorzien van een vossenbont en een masker met veren, tegen een purperrode achtergrond.

Tijdens het werken kreeg dat gordijn een eigen leven, er kwamen allerlei wezens tevoorschijn, slangen, alligators en vogels. Soms krijgt een werkstuk een "eigen stem," het volgt zijn eigen bedoeling en daar sta je dan verbaasd naar te kijken!

Deze voorstelling is een aantal malen opnieuw opgezet, een waar gevecht met het materiaal!

Pastel bestaat voor- namelijk in midden en lichte tinten, donkere kleuren zijn er nauwelijks. Zwart laat zich al tekenend niet mooi vermengen, tot ik ontdekte dat de slijpsels zich uitstekend in alle toongradaties lieten vermengen.
Toen vond ik de prachtige diepe tonen voor dit onderwerp.







Terug naar boven
Vossenvrouw
2010
Gouache en pastel.